Fietsers in Spanje… levensgevaarlijk!

Fietsers op de weg in Spanje zijn echt levensgevaarlijk. Nou ja, misschien is dat een tikje overdreven. Maar ik verbaas me er nog steeds over: in Spanje mag je dus gewoon met je fiets de autovía op. Serieus. Tussen vrachtwagens en auto’s die met 80, 90 of 100 kilometer per uur voorbij razen, trappen fietsers dapper door op de vluchtstrook (of soms net er overheen).

Alleen de autopista, de echte snelweg, is verboden. De autovía mag blijkbaar wel. Want waarom zou je het jezelf makkelijk maken als het ook spannend kan?

De regels zijn overigens duidelijk. Een helm is verplicht, je moet minimaal 14 jaar zijn en automobilisten moeten minimaal 1,5 meter afstand houden. Op papier klinkt dat allemaal prima. In de praktijk betekent het vooral: ga je gang, maar wel met een helm, houd rechts en vertrouw erop dat iedereen om je heen goed oplet.

Mij niet gezien.

Vooral op de bergwegen vind ik het (met de auto) soms een behoorlijke uitdaging. Je rijdt lekker door een haarspeldbocht, geniet van het uitzicht en denkt dat je de bocht wel kent… en ineens duikt daar een peloton wielrenners op. Tien mannen in strakke pakjes, allemaal diep voorovergebogen, alsof ze persoonlijk de Vuelta aan het winnen zijn.

Maar het gevaar zit niet alleen in de bochten. Het gebeurt ook regelmatig dat de auto voor je ineens vol op de rem gaat. Jij hebt nog geen idee waarom, tot je een paar seconden later ontdekt dat er ergens voor die auto een fietser rijdt. Die had jij dus nog helemaal niet gezien.

En daar zit je dan. Met je hartslag inmiddels hoger dan die van de wielrenner die net een berg aan het beklimmen is.

Ik snap de aantrekkingskracht van fietsen in Spanje overigens wel. Het klimaat is heerlijk, de wegen zijn over het algemeen goed en de uitzichten zijn prachtig. Je kunt fietsen langs de kust, door witte dorpen en dwars door de bergen. Als je op twee wielen zit, heb je hier bijna altijd een decor waar je spontaan een ansichtkaart van zou willen maken.

Alleen moet je als automobilist goed bij de les blijven. Je moet hier niet alleen rekening houden met voetgangers, scooters, motoren, vrachtwagens, loslopende honden en overstekende geiten, maar ook met een groep wielrenners die met 25 kilometer per uur een berg op kruipt.

En dus pas ik mijn rijstijl aan zodra ik fietsers zie. Voet van het gas, afstand houden en vooral goed kijken. Want die 1,5 meter is er niet voor niets. Al blijft het soms een bijzondere combinatie: de fietser geniet van het uitzicht, de automobilist probeert hem niet van zijn fiets te rijden en iedereen hoopt veilig boven te komen.

Daarna wacht gelukkig de beloning: een terras, een koude caña en het gevoel dat je een prestatie hebt geleverd.
De een op de fiets. De ander gewoon achter het stuur.

Angel Mulder