Drie jaar die Spanje voorgoed veranderden
Op 17 juli 1936 kwamen Spaanse militairen in opstand in Spaans-Marokko. Een dag later bereikte de opstand het Spaanse vasteland. De organisatoren hadden gerekend op een snelle overwinning. Die kwam er niet.
In plaats daarvan raakte Spanje verwikkeld in een burgeroorlog die bijna drie jaar zou duren. De strijd werd bovendien een internationaal conflict. Duitsland, Italië en de Sovjet-Unie bemoeiden zich ermee. Vrijwilligers uit tientallen landen reisden naar Spanje om mee te vechten.
De oorlog kostte naar schatting 500.000 mensen het leven, al verschillen de schattingen per bron. Nog veel meer mensen raakten gewond, werden gevangengezet of sloegen op de vlucht. Voor Spanje begon een periode die het land generaties lang zou blijven tekenen.
Een staatsgreep die geen snelle overwinning werd
De militaire opstand werd geleid door verschillende generaals. Onder hen bevonden zich Emilio Mola, José Sanjurjo en Francisco Franco.
Franco bevond zich bij het uitbreken van de opstand op de Canarische Eilanden. Vanuit daar reisde hij naar Spaans-Marokko. Hij nam het bevel over het Afrikaanse Leger, een van de best getrainde militaire eenheden van Spanje.
Het probleem was dat een groot deel van het leger op het vasteland trouw bleef aan de republikeinse regering. Ook arbeidersorganisaties en linkse milities verzetten zich tegen de opstand. Daardoor ontstonden twee machtsblokken.
De Nationalisten kregen steun van conservatieven, monarchisten, een groot deel van de katholieke kerk en de fascistische Falange. Aan de Republikeinse kant stonden republikeinen, socialisten, communisten, anarchisten en regionale nationalisten. Het was vanaf het begin een bijzonder ingewikkeld conflict. De twee kampen waren intern namelijk ook sterk verdeeld.
De oversteek uit Afrika
Een belangrijke stap in Franco’s opkomst was de oversteek van zijn troepen vanuit Noord-Afrika naar het Spaanse vasteland. De Straat van Gibraltar werd gecontroleerd door de Republikeinen. Duitsland en Italië hielpen Franco daarom met vliegtuigen om zijn troepen naar Andalusië te vervoeren. Het was een belangrijk moment. Franco beschikte nu over duizenden ervaren soldaten uit het Afrikaanse Leger. Deze troepen trokken vervolgens noordwaarts.
De Slag om Badajoz

In augustus 1936 veroverden Franco’s troepen Badajoz in Extremadura. De inname ging gepaard met zware gevechten en een bloedbad onder verdedigers en burgers. De gebeurtenissen rond de stad werden internationaal nieuws.
De overwinning opende voor Franco een belangrijke route richting Madrid. De hoofdstad was het belangrijkste politieke en symbolische doel van beide kampen. Maar voordat Franco Madrid bereikte, maakte hij een opvallende keuze.
Waarom Franco naar Toledo ging
In Toledo hadden Republikeinse troepen het Alcázar omsingeld. In het historische fort hielden honderden Nationalisten stand. Franco besloot zijn opmars naar Madrid tijdelijk te onderbreken om Toledo te ontzetten. Op 27 september 1936 bereikten zijn troepen de stad.
De bevrijding van het Alcázar werd een enorme propagandawinst voor Franco. De verdedigers werden voorgesteld als helden die ondanks alles hadden volgehouden. Achteraf wordt de beslissing van Franco om Toledo te ontzetten vaak besproken door historici. Militair gezien gaf hij het Republikeinse leger extra tijd om Madrid te versterken. Politiek gezien leverde het hem echter enorme populariteit en prestige op.
Franco wordt leider van de Nationalisten
Ondertussen was er binnen het Nationalistische kamp een machtsstrijd ontstaan. Generaal José Sanjurjo, die aanvankelijk als een belangrijke leider van de opstand werd gezien, kwam in juli 1936 om bij een vliegtuigongeluk. Ook andere mogelijke rivalen van Franco verdwenen uit beeld.

Op 1 oktober 1936 werd Franco uitgeroepen tot Generalísimo en staatshoofd van het Nationalistische Spanje. Hij was daarmee niet langer alleen een militaire bevelhebber. Hij was nu de politieke leider van een gebied dat steeds groter werd. Vanaf dat moment zou hij zijn positie steeds verder versterken.
Madrid houdt stand
Madrid was het grote doel van Franco. In november 1936 begonnen de Nationalisten hun aanval op de hoofdstad. De Republikeinse regering was inmiddels naar Valencia verhuisd. Maar Madrid hield stand.
Republikeinse milities, soldaten en vrijwilligers verdedigden de stad. Ook de Internationale Brigades arriveerden om mee te vechten. Op gebouwen verschenen slogans als “¡No pasarán!” – “Ze zullen er niet doorkomen.” De Nationalisten slaagden er niet in Madrid snel te veroveren. De oorlog veranderde daardoor in een langdurig conflict.
De Internationale Brigades
De oorlog trok vrijwilligers uit de hele wereld aan. Ongeveer 35.000 buitenlandse vrijwilligers sloten zich aan bij de Republikeinse zijde. Zij vormden de Internationale Brigades. Onder hen waren communisten, socialisten, antifascisten en mensen die vooral tegen het fascisme wilden vechten. Ook Nederlanders en Belgen trokken naar Spanje.
De Internationale Brigades werden later een symbool van internationale solidariteit tegen het fascisme. Tegelijkertijd waren ze onderdeel van een oorlog waarin ook de Sovjet-Unie grote invloed probeerde uit te oefenen. In 1938 werden de Internationale Brigades uiteindelijk teruggetrokken.
Guernica: een stad wordt wereldnieuws

Op 26 april 1937 werd de Baskische stad Guernica gebombardeerd. Duitse vliegtuigen van het Legioen Condor, met steun van Franco’s Nationalisten, vielen de stad aan. Ook Italiaanse vliegtuigen waren betrokken bij bombardementen in de regio.
Het aantal slachtoffers is nog altijd onderwerp van historisch onderzoek. Zeker is dat veel burgers omkwamen. De aanval werd wereldwijd bekend dankzij de berichtgeving van buitenlandse journalisten.
Kunstenaar Pablo Picasso maakte naar aanleiding van het bombardement zijn beroemde schilderij Guernica. Het werk groeide uit tot een internationaal symbool tegen de verschrikkingen van oorlog. De ruïnes van Guernica werden daarmee veel meer dan een militair doelwit. Ze werden een symbool van het geweld tegen burgers.
De Slag om de Ebro
In 1938 probeerden de Republikeinen het tij te keren. Op 25 juli 1938 begon de Slag om de Ebro. Het was de grootste en langste veldslag van de Spaanse Burgeroorlog. De Republikeinen staken de rivier de Ebro over en boekten aanvankelijk terreinwinst. Franco stuurde echter grote aantallen troepen naar het front. Na maanden van zware gevechten werden de Republikeinen teruggedrongen. De verliezen waren enorm.
De Republiek had bovendien steeds minder middelen en buitenlandse steun. De overwinning aan de Ebro betekende feitelijk het begin van het einde voor de Republikeinse zaak.
De val van Barcelona
In januari 1939 veroverden Franco’s troepen Barcelona. Honderdduizenden Republikeinen vluchtten richting Frankrijk. Deze massale vlucht staat bekend als La Retirada. De omstandigheden waren erbarmelijk. Mensen trokken te voet over de Pyreneeën, terwijl het winter was. Frankrijk ving grote aantallen vluchtelingen op, maar velen kwamen terecht in geïmproviseerde vluchtelingenkampen. Voor de Republiek bleef nu nog maar weinig over.
Madrid valt

In maart 1939 stortte het Republikeinse verzet verder in. Binnen de Republikeinse zijde ontstond bovendien een conflict tussen verschillende groepen. Sommige Republikeinen wilden doorgaan met vechten. Anderen wilden onderhandelen over een einde aan de oorlog.
Op 28 maart 1939 trokken Franco’s troepen Madrid binnen. Enkele dagen later was de oorlog voorbij. Op 1 april 1939 verklaarde Franco officieel dat de oorlog was beëindigd. De Nationalisten hadden gewonnen.
Een land in puin
De overwinning bracht geen verzoening. Spanje was economisch verwoest. Infrastructuur was beschadigd. Fabrieken lagen stil en landbouwgrond was verwaarloosd. Maar vooral de samenleving was diep verdeeld.
Tienduizenden Republikeinen werden gevangengezet. Velen werden geëxecuteerd. Anderen vluchtten naar Frankrijk, Mexico en andere landen. Voor de mensen die bleven, begon een nieuwe periode. De democratische republiek was verdwenen. Spanje werd een dictatuur.
Franco heeft zijn macht veiliggesteld
De Burgeroorlog maakte van Franco de onbetwiste leider van Spanje. Hij had zijn belangrijkste rivalen binnen het Nationalistische kamp uitgeschakeld of naar de achtergrond gedrukt. De verschillende rechtse bewegingen werden onder zijn controle samengebracht.
De katholieke kerk kreeg opnieuw een zeer belangrijke plaats in de samenleving. De Falange werd onderdeel van het nieuwe politieke systeem. Oppositie was niet toegestaan. De oorlog was voorbij, maar voor veel Spanjaarden begon een nieuwe strijd.
📅 Tijdlijn: de Spaanse Burgeroorlog
| Datum | Gebeurtenis |
|---|---|
| 17 juli 1936 | Militaire opstand begint in Spaans-Marokko. |
| 18 juli 1936 | De opstand bereikt het Spaanse vasteland. |
| Augustus 1936 | Nationalistische troepen veroveren Badajoz. |
| 27 september 1936 | Franco’s troepen ontzetten het Alcázar van Toledo. |
| 1 oktober 1936 | Franco wordt Generalísimo en staatshoofd van het Nationalistische Spanje. |
| November 1936 | De Slag om Madrid begint. |
| 26 april 1937 | Guernica wordt gebombardeerd. |
| Juli-november 1938 | De Slag om de Ebro vindt plaats. |
| 26 januari 1939 | Barcelona valt in handen van Franco’s troepen. |
| 28 maart 1939 | Madrid valt. |
| 1 april 1939 | Franco verklaart de Burgeroorlog officieel beëindigd. |
Plaatsen uit de Burgeroorlog die interessant zijn om te bezoeken
Guernica – Baskenland
Het vredesmuseum vertelt het verhaal van het bombardement van 1937 en de gevolgen daarvan.
Belchite – Aragón
De ruïnes van het oude Belchite vormen een indrukwekkend oorlogsmonument. De nieuwe stad werd naast de ruïnes gebouwd.
Toledo – Castilië-La Mancha
Het Alcázar speelde een belangrijke rol tijdens het begin van de oorlog. De verdediging ervan werd later een belangrijk onderdeel van Franco’s propaganda.
Madrid
De hoofdstad was maandenlang het toneel van zware gevechten. Op verschillende plaatsen zijn nog sporen van de verdediging van Madrid te vinden.
Badajoz – Extremadura
De verovering van de stad in 1936 ging gepaard met een bloedbad. De gebeurtenissen behoren tot de donkerste hoofdstukken van de oorlog.
In deel 4 kijken we naar het Spanje van Franco. Hoe was het om onder de dictatuur te leven? Welke rol speelden de kerk en het leger? Hoe zat het met vrouwenrechten en regionale talen? En hoe veranderde Spanje van een arm en geïsoleerd land in een toeristische bestemming? Binnenkort op La Vida.
Lees hier de andere delen van dit dossier.


















