Een stad die je voelt…
Als hoofdstad van de regio Andalusië is Sevilla een van de meest karaktervolle steden van Spanje. Met ruim 700.000 inwoners is het een levendige stad, maar dankzij de vele pleinen, patio’s en parken voelt het zelden druk of overweldigend. Sevilla staat bekend om flamenco, tapas, indrukwekkende Moorse architectuur en een geschiedenis die eeuwen teruggaat.

De geschiedenis van Sevilla begint al bij de Romeinen. De stad heette toen Hispalis en was een belangrijke handelsplaats langs de rivier de Guadalquivir. Later werd de stad onderdeel van het Visigotische rijk, maar de grootste culturele invloed kwam tijdens de Moorse periode.
In 1248 werd Sevilla heroverd door de christelijke koning Ferdinand III van Castilië. Daarna begon een nieuwe bloeiperiode. Toen Christoffel Columbus in 1492 Amerika ontdekte, werd Sevilla de belangrijkste havenstad voor handel met de Nieuwe Wereld. Alle goederen uit Amerika – van goud tot cacao – kwamen via Sevilla Europa binnen. Dit maakte de stad in de 16e eeuw een van de rijkste en meest invloedrijke steden van Europa. Veel van de monumentale gebouwen die vandaag de skyline bepalen stammen uit deze periode van enorme welvaart.
In 711 veroverden de Moren een groot deel van het Iberisch schiereiland en Sevilla groeide uit tot een van de belangrijkste steden van Al-Andalus. In deze periode werden indrukwekkende paleizen, tuinen en verdedigingswerken gebouwd die vandaag de dag nog steeds zichtbaar zijn in het stadsbeeld.
De indrukwekkende kathedraal van Sevilla
Wie Sevilla bezoekt kan simpelweg niet om deze gigantische kathedraal heen. Het is de grootste gotische kathedraal ter wereld en staat op de plek waar ooit een grote moskee stond. De bouw begon in de 15e eeuw en het doel was duidelijk: een kerk bouwen die zo indrukwekkend was dat toekomstige generaties zouden denken dat de bouwers gek waren.
Binnen vind je enorme gewelven, rijk versierde kapellen en het graf van Christoffel Columbus. De kathedraal staat bovendien op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Naast de kathedraal staat een van de meest herkenbare symbolen van de stad.
La Giralda
De Giralda was oorspronkelijk de minaret van de oude moskee. Na de christelijke herovering werd hij omgebouwd tot klokkentoren. Het bijzondere is dat je de toren niet via trappen maar via hellingen beklimt. Dit deed men vroeger zodat men er met paarden naar boven kon.
Vanaf de top heb je een prachtig uitzicht over de rode daken van Sevilla.
Real Alcázar van Sevilla
Een van de mooiste paleizen van Europa ligt midden in Sevilla. Het Real Alcázar is een complex van paleizen en tuinen dat oorspronkelijk door Moorse heersers werd gebouwd. Later voegden christelijke koningen nieuwe delen toe, waardoor een unieke mix van islamitische, gotische en renaissance-architectuur ontstond.
De decoraties zijn indrukwekkende: kleurrijke tegels, fijn gesneden stucwerk en sierlijke bogen. De tuinen zijn minstens zo bijzonder, met fonteinen, palmbomen en sinaasappelbomen.
Het paleis wordt nog steeds gebruikt door de Spaanse koninklijke familie wanneer zij Sevilla bezoeken. Voor veel bezoekers voelt een wandeling door het Alcázar als een stap terug in de tijd.


Een Andalusische stad vol koninklijke pracht
Plaza de España
Misschien wel het meest fotogenieke plein van Spanje ligt in het enorme park Parque de María Luisa. Het Plaza de España werd gebouwd voor de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling van 1929 en combineert renaissance- en Moorse invloeden.
Het halfronde gebouw om het plein heen symboliseert de omarming van Spanje richting haar voormalige kolonies in Amerika. Langs de muren vind je kleurrijke bankjes met tegeltableaus die alle Spaanse provincies voorstellen. Door het plein loopt een kanaal waar je met kleine roeibootjes kunt varen – een van de populairste activiteiten voor bezoekers.
Barrio de Santa Cruz
De voormalige Joodse wijk van Sevilla is vandaag de dag een doolhof van smalle straatjes, verborgen pleinen en historische huizen. Het is een van de meest charmante delen van de stad.
Hier vind je witte gevels, patio’s vol bloemen en talloze kleine tapasbars. Overdag is het een heerlijke plek om rond te dwalen, terwijl het ’s avonds verandert in een levendige buurt vol restaurants en muziek. Veel bezoekers verdwalen hier en dat is misschien wel de beste manier om Santa Cruz te ontdekken.


Flamenco: het hart van Sevilla
Sevilla wordt gezien als een van de belangrijkste steden voor flamenco. Deze intense muziek- en dansvorm ontstond in Andalusië en combineert Spaanse, Moorse en Roma-invloeden.
In de stad zijn tientallen tablaos te vinden waar flamencoshows worden opgevoerd. Anders dan grote theaterproducties zijn deze optredens vaak klein en intiem, waardoor je de emotie van de muziek echt ervaart. Bekende plekken voor flamenco zijn onder andere:
- Casa de la Memoria
- El Arenal Tablao Flamenco
Een flamencoavond hoort eigenlijk bij elke Sevilla-ervaring.
De gastronomie van Sevilla
Sevilla is een paradijs voor liefhebbers van tapas. In tegenstelling tot veel andere steden in Spanje is tapas hier echt een sociale traditie. In plaats van één restaurant te kiezen, gaan Sevillanos vaak van bar naar bar.
Een van de beroemdste tapasbars van de stad is El Rinconcillo, geopend in 1670 en daarmee een van de oudste bars van Spanje.
Hoewel Sevilla vooral bekend staat om zijn historie, heeft de stad ook een modern gezicht.
Metropol Parasol
Dit futuristische bouwwerk, door locals vaak “Las Setas” (de paddenstoelen) genoemd, is een enorme houten structuur boven het plein Plaza de la Encarnación. Vanaf het panoramadek heb je een spectaculair uitzicht over de stad. Onder het bouwwerk ligt bovendien een archeologisch museum met Romeinse resten.
De lente en herfst zijn ideaal. In de zomer kan het extreem warm worden; temperaturen boven de 40 graden zijn niet ongewoon. Sevilla is een compacte stad en het historische centrum is perfect te voet te verkennen. Daarnaast beschikt de stad over een metro, trams en veel fietspaden.
Tekst: Angel Mulder
Foto’s: Christian Hergesell & Angel Mulder



















Leave a Reply