Wie regelmatig door Spanje rijdt, kan het bijna niet zijn ontgaan. Waar je vroeger vooral SEAT, Renault, Peugeot en Volkswagen zag, verschijnen tegenwoordig steeds vaker auto’s van merken als BYD, EBRO, Omoda, Jaecoo en Leapmotor. Vooral BYD en EBRO lijken de laatste maanden overal op te duiken. Maar hoe komt het dat juist Spanje zo snel Chinese automerken omarmt?
Nog geen vijf jaar geleden waren Chinese auto’s in Spanje een zeldzaamheid. Inmiddels is het straatbeeld flink veranderd. Niet alleen in de grote steden, maar ook aan de Costa del Sol, Costa Blanca en in het binnenland kom je steeds vaker auto’s tegen van merken die veel Nederlanders nauwelijks kennen. Dat is geen toeval. Chinese autofabrikanten investeren fors in Europa en zien Spanje als een van hun belangrijkste groeimarkten.
Een van de grootste succesverhalen is BYD, wat staat voor Build Your Dreams. Hoewel de naam bij veel Europeanen nog relatief onbekend is, behoort BYD inmiddels tot de grootste autofabrikanten ter wereld. Het merk heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een serieuze concurrent van Tesla op het gebied van elektrische auto’s. Dankzij moderne techniek, een ruime standaarduitrusting en scherpe prijzen weet BYD steeds meer Spaanse automobilisten te overtuigen.
EBRO, van bedrijfswagens naar SUV’s
Minstens zo opvallend is de terugkeer van EBRO. Veel Spanjaarden kennen het merk nog van de vrachtwagens en bedrijfswagens die jarenlang in Spanje werden gebouwd. Na jarenlang uit beeld te zijn geweest, is EBRO teruggekeerd met een nieuwe generatie SUV’s. Dat gebeurt in samenwerking met de Chinese autofabrikant Chery, een van de grootste autoconcerns van China. De auto’s worden geassembleerd in de voormalige Nissan-fabriek in Barcelona. Daardoor heeft EBRO voor veel Spanjaarden een vertrouwde uitstraling, terwijl de techniek grotendeels uit China afkomstig is.
Ook andere Chinese merken winnen snel terrein. Wie goed oplet, ziet steeds vaker Omoda, Jaecoo, Lynk & Co, XPeng, Dongfeng en Hongqi op de Spaanse wegen. Veel van deze merken waren enkele jaren geleden in Europa vrijwel onbekend, maar bouwen inmiddels in hoog tempo een netwerk van dealers op.
Prijs en kwaliteit belangrijk
Een belangrijke reden voor het succes is de prijs-kwaliteitverhouding. Waar Europese merken vaak extra kosten rekenen voor luxe opties, leveren Chinese fabrikanten hun auto’s vaak standaard met een uitgebreid infotainmentsysteem, moderne veiligheidssystemen, adaptieve cruisecontrol en tal van andere voorzieningen. Voor veel kopers is het verschil in prijs simpelweg te groot om te negeren.
Daarnaast speelt mee dat Spanje de overstap naar elektrisch rijden stimuleert met subsidies en fiscale voordelen. Daardoor is de markt aantrekkelijk voor fabrikanten die zich vooral richten op elektrische en plug-in hybride modellen. De elektrische laadpalen schieten de grond uit, zelfs onverwacht in bergdorpen.
Tegelijkertijd blijken Spaanse automobilisten vaak minder merkvast dan consumenten in Noord-Europa. Wanneer een auto betrouwbaar is, goed is uitgerust en aantrekkelijk geprijsd, speelt de herkomst van het merk voor veel kopers een minder grote rol.
Concurrentie neemt snel toe
Dat betekent overigens niet dat Europese merken verdwijnen. SEAT, Renault, Peugeot, Volkswagen en Toyota behoren nog altijd tot de best verkochte auto’s van Spanje. Wel is duidelijk dat de concurrentie snel toeneemt. Vooral in het betaalbare segment zetten Chinese merken de gevestigde orde onder druk, waardoor ook Europese fabrikanten hun prijzen en strategie moeten aanpassen.
Alles wijst erop dat deze ontwikkeling voorlopig niet stopt. Chinese autofabrikanten investeren miljarden in Europa, openen steeds meer verkooppunten en brengen in hoog tempo nieuwe modellen op de markt. Wie vandaag door Spanje rijdt, kijkt dan ook naar een automarkt die in korte tijd ingrijpend is veranderd. En de kans is groot dat je over een paar jaar nog veel meer onbekende merknamen op de Spaanse wegen tegenkomt.











