Cuenca: een Spaanse stad boven de afgrond

Afgelopen week bezochten we wederom een geweldige Spaanse stad: Cuenca in Castilië-La Mancha. De naam spreek je overigens uit als Kwenka.

De oude stad ligt spectaculair op een rotsachtige richel tussen de kloven van de rivieren Júcar en Huécar. Middeleeuwse straatjes slingeren omhoog tussen kerken, pleinen en eeuwenoude huizen, terwijl de stad aan verschillende kanten vrijwel recht naar beneden lijkt te verdwijnen. De historische binnenstad staat sinds 1996 op de UNESCO-Werelderfgoedlijst.

En mocht je denken dat je deze stad alleen voor de beroemde hangende huizen bezoekt, dan wacht er een flinke verrassing. Cuenca is een van die Spaanse steden die meer indruk maakt dan verwacht en waar op elke hoek of gevel wel weer iets moois te vinden is.

Een stad gebouwd voor verdediging

De geschiedenis van Cuenca gaat terug tot de islamitische periode. De Moren bouwden hier een versterkte nederzetting op deze strategische plek, aan de rand van het kalifaat van Córdoba. De ligging tussen de diepe rivierkloven maakte de stad van nature goed verdedigbaar.

In 1177 veroverde koning Alfonso VIII van Castilië Cuenca. Daarna groeide de stad uit tot een koninklijke stad en bisschopszetel. De christelijke stad werd grotendeels boven op de bestaande islamitische nederzetting gebouwd.

De groei bracht ook indrukwekkende gebouwen voort. Midden op de Plaza Mayor staat de kathedraal, waarvan de bouw aan het einde van de twaalfde eeuw begon. Het is volgens UNESCO de eerste gotische kathedraal van Spanje.

De beroemde Casas Colgadas

Het beeld dat vrijwel iedereen van Cuenca kent, zijn de Casas Colgadas: huizen die boven de steile Huécar-kloof lijken te zweven. De eerste schriftelijke vermelding dateert uit 1481. De huizen zijn gebouwd op de rand van de kloof en maken optimaal gebruik van de extreem steile ligging.

Een van de huizen, de Casa de la Sirena, is tegenwoordig een restaurant. In de andere historische huizen bevindt zich het Museo de Arte Abstracto Español, met werk van onder anderen Tàpies, Chillida en Saura. Dat moderne museum op zo’n historische plek is typisch Cuenca: oud en modern lopen hier voortdurend door elkaar.

De beste manier om de ‘hangende huizen’ te bekijken is vanaf de Puente de San Pablo, de brug die de oude stad met het voormalige klooster van San Pablo verbindt. De ijzeren voetgangersbrug loopt over de Huécar-kloof en verbindt de oude stad met het voormalige klooster van San Pablo. Vanaf daar zie je pas goed hoe spectaculair de huizen tegen de rotswand zijn gebouwd. Voor degenen met hoogtevrees kan deze brug wel tot wat spanning leiden.

Aan de andere kant staat het voormalige Convento de San Pablo, tegenwoordig een Parador. Ook als je er niet overnacht, is het de moeite waard om even naar binnen te kijken.

En dan is er nog de stad zelf

Het leukste aan Cuenca is gewoon dwalen door de mooie straten. Je komt voor de hangende huizen, de kathedraal en het uitzicht, maar blijft rondlopen vanwege de straatjes, trappen, kleine pleinen en verrassende doorkijkjes.

De oude binnenstad heeft haar middeleeuwse structuur opvallend goed behouden. Architectuur uit de twaalfde tot en met de achttiende eeuw staat hier gewoon naast elkaar, terwijl de natuur letterlijk tegen de stad aan ligt. Cuenca is daardoor geen stad die je alleen maar afvinkt met een lijstje bezienswaardigheden.

Ook liefhebbers van kunst en musea komen aan hun trekken. Naast het Museo de Arte Abstracto zijn er onder meer de Fundación Antonio Saura, de Fundación Antonio Pérez en het Wetenschapsmuseum van Castilla-La Mancha.

Niet alleen mooi, maar ook behoorlijk lekker

Cuenca heeft bovendien een eigen keuken. Op de menukaarten staan typisch regionale gerechten zoals morteruelo, een stevige patéachtige wildschotel, en ajoarriero, een gerecht met kabeljauw, aardappel, knoflook, olijfolie en peterselie.

En wie na al dat klimmen nog energie over heeft, kan de omgeving in. Rond Cuenca liggen diepe kloven, bossen en bijzondere rotsformaties. In de provincie ligt onder meer de Ciudad Encantada, een natuurgebied met door erosie gevormde rotsen die allerlei vormen hebben aangenomen.

En ja, na een bezoek begrijp je meteen waarom Cuenca op de Werelderfgoedlijst staat. Wij vonden Cuenca een absolute verrassing en zeker een aanrader om een bezoek aan te brengen. Een hotel boeken kan hier.

Foto’s: Angel Mulder